maandag 03 februari 2003 00:00

Verslag drugbeleid 2000 19 en 20 februari 2003

Op drugbeleid 2000 coördineert De Sleutel een werkgroep die de samenwerking bekijkt tussen hulpverlening en justitie wat betreft de zorg voor minderjarige drugverslaafden.
Drugbeleid 2000: Inleiding workshop 19/02/2003:

“Minderjarige drugverslaafden en samenwerking hulpverlening justitie”

In het verleden moesten we dikwijls vaststellen dat de sector zorg voor middelenmisbruik pas onder impuls van veiligheidsaspecten nieuwe mogelijkheden en middelen kreeg. Een vermenging van veiligheidsacties en gezondheidszorg waren hier het gevolg van. Het plan toxicomanie van de regering Dehaene gaf de ambulante drughulpverlening nieuwe mogelijkheden. Het gevolg is wel dat we met een vermenging van veel middelen vanuit verschillende bevoegdheden en vanuit verschillende visies één kwalitatief geheel voor onze cliënt moeten verzekeren. Het maakt de sector ook kwetsbaar voor evoluties of besparingen in andere sectoren. De minister van justitie bv bouwt genadeloos de GAM projecten drughulpverlening af, het federale drugsplan zorgt voor nieuwe middelen die dit nauwelijks compenseren. De justitiële casemanagers die een deel van het werk zouden kunnen opvangen zijn er nog altijd niet. Het hoofdthema van dit congres is niet slecht gekozen: samenwerkingsverbanden en dan vooral met justitie.

Voor minderjarigen is het niet anders gegaan. Ambulant is de gespecialiseerde hulpverlening er gekomen dank zij de eerder geschetste ontwikkeling. Dank zij veiligheidscontracten en het plan toxicomanie konden er centra opgestart worden die ook de gespecialiseerde zorg voor minderjarigen konden opnemen. Residentieel kwam er in Vlaanderen een eerste erkenning binnen de Bijzondere Jeugdbijstand nadat er drie weggelopen jongeren van het Residentieel Kortdurend Jongerenproject van De Sleutel ernstige criminele feiten pleegden. Het centrum werkte toen reeds drie jaar zonder subsidies.

Eind vorig jaar werd opnieuw weliswaar vanuit Welzijn, maar met middelen die vrijkwamen onder impuls van veiligheidsoverwegingen, een nieuw centrum gerealiseerd.
Het gebrek aan plaatsen om jonge criminelen op te sluiten leidde tot de organisatie van de uitstroom uit de Gemeenschapsinstellingen en uit de recent opgerichte Jeugdgevangenis van jongeren, voor wie het drugprobleem primair is, naar de drughulpverlening en de reguliere hulpverlening. In dit kader werden zowel in Wallonië als in Vlaanderen initiatieven genomen. In Mechelen startte op 1 oktober de werking van het Jongeren Oriëntatie Centrum De Sleutel te Mechelen. Het moet een interface worden tussen Bijzondere Jeugdbijstand en de gespecialiseerde drughulpverlening. Dank zij de impuls vanuit de veiligheidsproblematiek kon de Bijzondere Jeugdbijstand een oude wens realiseren (vertegenwoordiger van het kabinet van Minister Vogels).

Ondanks het belang van deze nieuwe mogelijkheden is de analyse van deze algemene ontwikkelingen wat betreft samenwerking justitie en minderjarigen niet positief. Onze zorg voor minderjarigen moet andere accenten leggen.

Prioritair en als basis voor alle volgende acties dient de primaire preventie georganiseerd te worden. Deze krijgt o.a. vorm door te focussen op structurele interactieve training van sociale vaardigheden vanaf de jongste kinderjaren. Zowel kind, ouders, leerkracht en ruimere omgeving worden hierin betrokken. Het maximaal verwerven van deze vaardigheden moet een eerste gezonde beschermingslaag vormen voor alle grensoverschrijdend gedrag en dus ook voor escalerend druggebruik. Deze vorm van preventie is de enige waarvoor wetenschappelijke evidentie bestaat betreffende zijn effectiviteit .

Kinderen en hun omgeving die een bijzondere kwetsbaarheid hebben (vanuit familiale achtergrond of bepaalde specifieke psychische kenmerken) of problemen hebben met drugs kunnen in het bijzonder geïnformeerd, ondersteund en eventueel begeleid worden. We spreken hier over vroegdetectie waar we in het panel en de daaropvolgende discussie uitgebreid op in gaan (Jan De Ridder, coördinator integrale Jeugdhulp Antwerpen, Vroegdetectie).

Wanneer uiteindelijk toch een groeiend drugprobleem vastgesteld wordt dat buiten de context van experimenteren dreigt te evolueren naar verlies van controle, dan kunnen ouders, huisarts, leerkracht, ... aan de bel trekken. In goede samenwerking en eventueel onder de coördinatie van het CLB kunnen dan huisarts, ouders, CGGZ en gespecialiseerde drughulpverlening een intensievere ambulante begeleiding organiseren. Hier kunnen op jonge leeftijd met korte intensieve acties goede resultaten bereikt worden en heel wat problemen voor de toekomst vermeden worden.
Wanneer de situatie toch verder escaleert, kunnen ouders en omgeving een beroep doen op het comité en/of op de Jeugdrechter om meer dwingende acties te ondernemen. Ook de diversiemaatregelen voor minderjarigen in het kader van de Gerechtelijke Alternatieve maatregelen bieden hier mogelijkheden (Alain Lescrenier, kabinetsmedewerker van de Minister van Justitie: Diversiemaatregelen voor minderjarigen in het kader van Gerechtelijke Alternatieve Maatregelen en Dirk Vandevelde, orthopedagoog, Directeur De Kiem, Voorzitter VVBV: Diversiemaatregelen in het kader van de Gerechtelijke Alternatieve Maatregelen vanuit het werkveld).
In het ergste geval kan men hier opsluiting, ontwenning, motivatie en eventueel behandeling, waarvoor men vrij moet kunnen kiezen, in de gesloten instelling garanderen ook hier gaan we in het panel uitgebreider op in. Motiveren naar intensievere vormen van vrije ambulante of residentiële behandeling genieten hier uiteraard de voorkeur op behandeling in een gesloten instelling. We gaan in het panel ook verder in op de nieuwe mogelijkheden die hier ontstaan (Koen Dhoore, directeur zorgverlening De Sleutel: Nieuwe behandelmogelijkheden binnen de Bijzondere Jeugdzorg in Vlaanderen en George van der Straten, directeur Trempoline: Behandelbehoefte en nieuw perspectief binnen de Bijzondere Jeugdzorg in Wallonië).

Op deze wijze hebben we minstens 17 jaar (tot de leeftijd van 20 jaar met de verlengde minderjarigheid inbegrepen) waar we intensief kunnen werken aan voldoende bescherming door sociale vaardigheden in te trainen en door behandeling van escalerende problemen. De problemen die na 18 jaar ontstaan komen dan uiteraard in het zorgcircuit voor volwassenen terecht. De problemen die ondanks de maximale preventie en behandeling op jeugdige leeftijd hardnekkig blijven bestaan zullen een groep moeilijk te behandelen cliënten betreffen voor wie continue begeleiding op verschillende leefgebieden zal moeten voorzien worden.

Vanuit deze redenering vinden we dan ook dat het logisch zou zijn dat het grootste deel van de middelen, die besteed worden aan drugproblemen, zou gaan naar het maximaal voorkomen van die problemen bij jongeren. De sector behandeling van illegale drugs is historisch gegroeid door ad hoc antwoorden te formuleren op acute problemen. De laatste 10 jaar kwamen de impulsen voor verdere groei voornamelijk vanuit het veiligheidsdenken, zoals eerder in de inleiding reeds aangehaald. Vanuit deze oriëntatie werden de middelen vooral gericht op de overlast veroorzakende druggebruiker. Op dit ogenblik kennen we een wanverhouding tussen de middelen, die besteed worden aan hulp en zorg voor ernstig verslaafde en sterk gemarginaliseerde volwassenen en de middelen die besteed worden aan het voorkomen van de problematiek, aan vroegdetectie en aan gespecialiseerde hulp voor jongeren die dreigen af te glijden. Is onze maatschappelijke boodschap dan dat je als verslaafde eerst volwassen moet worden en overlast moet veroorzaken voor je kunt geholpen worden? Velen hebben deze boodschap reeds goed begrepen.

De recente gegevens van de VAD die een stijging van het cannabisgebruik aangeven zijn geen nieuw gegeven. We zien bij systematisch onderzoek zowel van VAD als van De Sleutel een gestage stijging van het percentage frequent cannabis gebruikende jongeren.
Wat wel opvalt is dat we daar al die tijd weinig of niets aan doen! We vinden dat dus uiteindelijk niet zo erg. Een steeds toenemende grote groep jongeren gaat al 10 jaar lang, op kwetsbare leeftijd, aan de drugs, ruïneert zijn studies en toekomst en nog steeds vinden we dat niet zo erg.
Toen het voorstel voor het versoepelen van de wet op cannabisgebruik werd gelanceerd, hebben we steeds onderlijnd dat dat enkel kan indien er voldoende preventie, begeleiding en hulp voorzien wordt voor minderjarigen. De wetswijziging is bijna rond en van de noodzakelijke begeleidende maatregelen is nog niets voorzien laat staan gerealiseerd. Opnieuw vanuit veiligheidsoverwegingen komt er nu recent een nieuwe impuls naar het teveel aan drugverslaafden in gesloten instellingen voor minderjarigen - hier moet zeker iets gebeuren - maar waar blijft de integrale, structurele en grondige aanpak van deze problematiek vanuit Volksgezondheid en Sociale Voorzorg (RIZIV)?

De bijzondere jeugdbijstand wenst totnogtoe niet te voorzien in gespecialiseerde voorzieningen voor minderjarige probleemgebruikers. Dit is een taak voor Volksgezondheid. Volksgezondheid organiseert 2 x 20 K-bedden, wat van groot belang is voor de groep met dubbel diagnose, die net als bij de volwassen populatie waarschijnlijk voor 40 % aanwezig is . Meer soelaas voor de grote groep verslaafde minderjarigen kan hier ook niet geboden worden.

Wat zou het RIZIV kunnen doen? Er is volgens ons naast de bestaande gespecialiseerde ambulante hulpverlening nood aan minimale categoriale voorzieningen voor minderjarige probleemgebruikers voor wat betreft crisisopvang, onthaal en oriëntatie, korte behandeling ambulant of residentieel en nazorg. In de crisiscentra worden voortdurend minderjarigen geweigerd omdat ze niet de gepaste opvang kunnen krijgen (gescheiden van de volwassenen, meer werken met familie, meer overleg met comité en jeugdrechtbank, meer nachtbewaking, …). In de ambulante centra in de grootsteden is de werking overbelast door de vraag van volwassen verslaafden zodat er geen ruimte is om gespecialiseerd met de minderjarigen en hun families te werken. De bestaande residentiële behandeling voor minderjarige druggebruikers is, omwille van de subsidiëring in categorie 1bis van de Bijzondere Jeugdbijstand, enkel toegankelijk voor geplaatste minderjarigen, in een identieke setting wordt er aan oriëntatie gedaan. We moeten bovendien continu aanvragen voor vrijwillige behandeling weigeren! Sinds begin januari werken we opnieuw met een wachtlijst. De nazorg is een belangrijke ontbrekende schakel waardoor heel wat meer herval wordt veroorzaakt dan normaal.

Johan Maertens
De Sleutel

Programma:

Voormiddag:

10.45. Algemene inleiding op het thema: Johan Maertens, psycholoog-psychotherapeut, algemeen directeur De Sleutel.
10.40. Nieuwe behandelmogelijkheden binnen de Bijzondere Jeugdzorg in Vlaanderen: Koen Dhoore, lic ziekenhuiswetenschappen, directeur zorgverlening De Sleutel.
10.50. Behandelbehoefte en nieuw perspectief binnen de Bijzondere Jeugdzorg in Wallonië: Georges van der Straten, licencié en communication, Directeur Trempoline.
11.00. nog in te vullen vertegenwoordiger van het kabinet van Minister Vogels.






Namiddag:

14.00. algemene inleiding op het thema: Johan Maertens, psycholoog-psychotherapeut, algemeen directeur De Sleutel.
14.10 Vroegdetectie, Jan De Ridder, Coördinator Integrale Jeugdhulp Antwerpen
14.20. Diversiemaatregelen in het kader van de Gerechtelijke Alternatieve Maatregelen vanuit het werkveld: Dirk Vandevelde, orthopedagoog, Directeur De Kiem, Voorzitter VVBV
14.30. Diversiemaatregelen in het kader van de Gerechtelijke Alternatieve Maatregelen vanuit het kabinet Justitie: Alain Lescrenier, kabinetsmedewerker Minister van Justitie

Latest from

back to top